
Waar je vroeger blij van werd
Je bent niet minder creatief geworden — je interne beoordelaar neemt alleen meer ruimte in.

Als kind kon ik urenlang fantasiespelletjes doen met mijn tweelingzus en mijn vriendinnen. We bouwden zandkastelen op het strand en hutten in de speelkast. Intussen beleefden we de wildste avonturen - in verre landen en barre omstandigheden. We studeerden dansjes in, schreven gedichtjes en tekenden tot het donker werd. Daarbij hadden we niets nodig dan elkaar en onze fantasie. En hoe druk we ook waren geweest, na zo'n middag kwamen we vervuld en blij thuis — niet uitgeput, maar juist vol energie.
Als ik daarop terugkijk, sta ik versteld van die onbevangen creativiteit. Waar is die gebleven? Wat gebeurde er, terwijl we opgroeiden, waardoor we langzaam veranderden in serieuze, voorzichtige – saaie? - volwassenen?
Wat er eigenlijk gebeurde
Dat onbevangen plezier als kind lijkt ermee te maken te hebben dat onze creativiteit toen nog niet beoordeeld werd. Pas later leerden we nadenken over of we wel goed genoeg waren, en hoe we overkwamen.
Vanaf de pubertijd wordt zelfbewustzijn sterker en zelfevaluatie realistischer en socialer: jongeren gaan zich meer spiegelen aan anderen en ontwikkelen meer sociale vergelijking. Die ontwikkeling is heel normaal en helpt je functioneren in de sociale wereld. Maar het zorgt er ook voor dat creëren en experimenteren sneller gekoppeld raken aan schaamte, status en prestatie. Waar je vroeger spontaan in dook, kan dan gaan voelen als een toets en een sprong in het diepe. Dit wordt versterkt door het vele beoordelen op school, dat een rem zet op elke vorm van intrinsieke motivatie.
Onderzoek naar creativiteit onder druk laat zien hoe direct dat effect is: toen kunstenaars wisten dat hun werk beoordeeld zou worden, beoordeelden onafhankelijke experts hun werk als minder creatief dan wanneer diezelfde kunstenaars zonder die druk werkten (Amabile, 1979). Alleen al de verwachting van een oordeel is genoeg om een deel van je creativiteit te dempen.
Je bent dus niet minder creatief geworden. Je interne beoordelaar is alleen zo veel ruimte gaan innemen, dat er weinig overblijft voor onbevangen spel.
Wat dit met je energie en plezier doet
Creativiteit werkt vaak juist energiegevend, omdat het je aandacht verlegt van zelfkritiek naar nieuwsgierigheid en ontdekking. Mensen die in dagboekonderzoek meer creatieve activiteiten deden, voelden zich later diezelfde dag of de dag erna levendiger en positiever — creatief bezig zijn lijkt dus niet alleen een gevolg van je goed voelen, maar ook een bron van energie op zichzelf (Conner & Silvia, 2015).
Plezier ontstaat wanneer creativiteit voelt als spelen in plaats van presteren. Volgens de zelfdeterminatietheorie groeien plezier en intrinsieke motivatie wanneer je autonomie, competentie en verbondenheid ervaart (Deci & Ryan, 2000) — en precies die drie factoren blijken in recent onderzoek te verklaren waarom creatieve activiteit in het dagelijks leven samenhangt met meer welzijn (Putney et al., 2024). Hoe meer je creëert vanuit vrije keuze, met ruimte om te experimenteren, hoe groter de kans dat het leuk blijft.
Zodra creativiteit gekoppeld raakt aan de vraag "is dit wel goed genoeg?", verschuift de aandacht van vrij verkennen naar zelfbescherming. Onderzoek naar het creatieve proces laat zien dat vooral de evaluerende fasen — het beoordelen en pitchen van een idee — samengaan met meer negatieve emoties, terwijl de vrijere, verkennende fasen juist positieve emoties opriepen (Montag-Smit et al., 2023). Niet het maken zelf drukt je plezier, maar het moment waarop je het gaat wegen.
Vier manieren om iets van dat plezier terug te vinden
Verlaag de inzet. Maak het klein genoeg dat je brein het niet als examen ziet. Tien minuten, één pagina, één schets, één idee — en dan stoppen, als oefening in plaats van als opdracht.
Bouw veiligheid in. Onderzoek naar teams laat zien dat mensen meer ideeën delen en meer risico durven nemen wanneer fouten mogen (Edmondson, 1999). Dat principe werkt net zo goed op microniveau, met jezelf als team van één: spreek vooraf met jezelf af dat dit een proef is, geen prestatie — ruw werk, geen eindversie.
Verander je innerlijke toon. Zelfcompassie — jezelf steunen zoals je een goede vriend zou steunen na een mislukte poging — hangt samen met minder angst om te falen en meer bereidheid om het opnieuw te proberen (Neff, 2003; Miyagawa et al., 2020).
Stel jezelf drie vragen, in plaats van één. Niet: is dit goed genoeg? Maar: Wat wil ik uitproberen? Wat mag hier onhandig aan zijn? Wat is de kleinst mogelijke versie hiervan? Die vragen sturen je aandacht van beoordeling naar exploratie — en juist dat patroon hangt samen met meer plezier en meer creatieve energie (Putney et al., 2024; Montag-Smit et al., 2023).
Terug naar de speelkast
Ik ga – zolang er nog geen kleinkinderen zijn - geen hutten meer bouwen in een kast. Maar ik merk dat ik, als ik mezelf een half uurtje geef om iets te maken zonder dat het ergens toe hoeft te leiden, thuiskom zoals ik vroeger van die middagen thuiskwam: niet leger, maar voller.
Misschien is dat de kern: plezier en creativiteit zijn geen luxe die je verdient als de rest van je lijstje af is. Ze zijn brandstof — en brandstof werkt alleen als je 'm ook daadwerkelijk tankt.
Waar zou jij, deze week, tien minuten kunnen vrijmaken om iets te maken zonder dat het iets hoeft op te leveren?
Bij Spark&Co geloven we dat plezier en spel geen bijzaak zijn in een vol leven, maar een van de bronnen van levenskracht. In de creatieve workshop "Ontdek je verlangen" onderzoeken we samen wat jouw onbevangen creativiteit nodig heeft om weer ruimte te krijgen.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bronnen
Amabile, T. M. (1979). Effects of external evaluation on artistic creativity. Journal of Personality and Social Psychology, 37(2), 221–233.
Conner, T. S., & Silvia, P. J. (2015). Creative activity as a source of activated positive affect. The Journal of Positive Psychology, 10(6), 1–11.
Deci, E. L., & Ryan, R. M. (2000). The "what" and "why" of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. Psychological Inquiry, 11(4), 227–268.
Edmondson, A. C. (1999). Psychological safety and learning behavior in work teams. Administrative Science Quarterly, 44(2), 350–383.
Miyagawa, Y., Niiya, Y., & Taniguchi, J. (2020). When life gives you lemons, make lemonade: Self-compassion increases adaptive beliefs about failure. Journal of Happiness Studies, 21, 2051–2068.
Montag-Smit, T., et al. (2023). Changes in positive and negative affect during creative process engagement. The Journal of Creative Behavior, 57(4), 690–710.
Neff, K. D. (2003). The development and validation of a scale to measure self-compassion. Self and Identity, 2(2), 223–250.
Putney, H., Silver, S., Silvia, P. J., Christensen, A. P., & Cotter, K. N. (2024). Why does creativity foster well-being? Autonomy, competence, and relatedness during everyday creative activities. Journal of Research in Personality, 113.
Meer weten over het vergroten van je levenskracht? Ga naar www.sparkenco.nl